Woord met K
Kaas is een zuivelproduct van melk, typisch Nederlands.
‘Kak’ is informeel Nederlands voor ontlasting.
Kat is een huisdier, populair als gezelschapsdier.
Kast is een meubel om spullen in op te bergen.
Keuken is de ruimte waar je eten bereidt.
Kok is iemand die eten bereidt als beroep.
Kamer is een afgesloten ruimte in een gebouw.
Koek is een zoet gebakje, vaak bij de koffie.
Kan is een schenkkruik of de vervoeging van ‘kunnen’.
Kip is een tamme vogel, vaak gehouden voor vlees en eieren.
Kind is een jong mens, nog geen volwassene.
Kapot betekent stuk of niet meer werkend.
Kom is een schaal én de gebiedende wijs van ‘komen’.
Kroon is een hoofdversiersel of oud betaalmiddel.
Koning is een mannelijk staatshoofd in een monarchie.
Koe is een rund, levert melk en soms vlees.
Kleur is de visuele eigenschap van licht, zoals rood.
Kaart is een speelkaart of plattegrond, veel gebruikt.
Metaal of iemand die koopt; oud woord uit koophandel
Zoogdier dat vaak als huisdier wordt gehouden
Scheldwoord in spreektaal, wel ingeburgerd in NL
Amfibie; springend dier dat graag bij water leeft
Mannelijke kat of iemand met een kater na alcohol
Iemand die haren knipt en kapsels verzorgt
Voorwerp om haar te kammen; oud Germaans leenwoord
De woorden op de lijst Woord met K zijn afkomstig van spelers van het woordspel Stadt, Land, Rivier.